Chinese auto'sPolestar: Zweedse technologie 'made in China'. © Istvan Csiszar

Niemand kijkt er nog van op dat speelgoed, kleding, huishoudelijke toestellen, computers en iPhones het label ‘made in China’ dragen. Maar Chinese auto’s? Dat is nog wat anders. Tenminste, dat denken we.

De eerste lancering van een Chinese auto in Europa dateert van 2005 en draaide uit op een sisser. De Landwind was een product van de Chinese producent JMH, die voor het ontwerp van de terreinwagen de mosterd haalde bij de verouderde Opel Frontera. Die was op zijn beurt een afgeleide van de nog oudere Isuzu Amigo, waarvan het basisontwerp zijn oorsprong had in de vroege jaren tachtig. JMH voerde bij de productie nog wat kostenbesparende ingrepen uit, en het gevolg was dat de Landwind in een Europese crashtest een abominabele score haalde. Einde verhaal.

China is een gigantische markt

Ondertussen zijn de Chinese producenten aan een comeback toe. Daarbij kunnen zij rekenen op een fenomenale thuismarkt, waarbij de Europese en zelfs de Amerikaanse automarkt verbleekt. China telt meer dan 1,2 miljard inwoners. Door de voortdurende economische groei van de voorbije 25 jaar telt het land al meer dollarmiljonairs dan de Verenigde Staten. Na verloop van tijd ontstond er ook een grote middenklasse, die financieel in staat is om een auto te kopen. De Chinese markt heeft dus een enorm potentieel.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Europese, Amerikaanse, Japanse en Koreaanse autoconstructeurs tijdens de voorbije jaren zware inspanningen hebben geleverd om op deze economische groeimarkt aanwezig te zijn. In 1998 werden er op een jaar tijd 1,8 miljoen personenwagens verkocht. Vandaag zijn dat er meer dan 15 miljoen, waarbij de meeste ervan – ruim 90% – ter plaatse worden geassembleerd.

Uitwisseling of plagiaat?

Buitenlandse bedrijven die hun producten op de Chinese markt willen verkopen, kunnen haast niet anders dan ter plaatse investeren en produceren, al was het maar om de fikse invoerheffingen te ontwijken. Produceren in China kan enkel door het sluiten van een samenwerkingsakkoord met een plaatselijk bedrijf. Dat wordt meestal volledig door de regionale of nationale overheid gecontroleerd. Zo heeft Volkswagen een partnership met SAIC, Ford met Changan, Hyundai met BAIC en zo kunnen we nog even doorgaan.

 

Die samenwerkingsakkoorden maken dat de Chinese producenten technologische kennis binnenhalen die belangrijk is om ook eigen producten te kunnen ontwikkelen. Ze kopen van die buitenlandse bedrijven ook vaak verouderde modellen of technologie.

Van de sommige Chinese auto’s is het niet altijd duidelijk of het om een legale kopie gaat of om regelrecht plagiaat. Je leest het goed: na de Rolex-horloges en de tassen van Louis Vuitton zijn nu de auto’s aan de beurt. Alvast een voorbeeld daarvan is de Chery QQ, een autootje dat vanop afstand gemakkelijk met een Chevrolet Matiz kan worden verward. Fiat heeft de Chinese constructeur Great Wall gerechtelijk aangeklaagd, omdat de Panda schaamteloos werd gekopieerd. En zo zijn er nog wel voorbeelden. Plagiaat gebeurt vaak ook heel subtiel. Zo lijkt bijvoorbeeld het merkembleem van het Chinese BYD verdraaid veel op dat van BMW.

We moeten Chinese auto’s ernstig nemen

Uitzonderingen bevestigen de regel, zegt het spreekwoord. We kunnen de Chinese autoconstructeurs maar beter serieus nemen. Dat bewijst onder meer de autoproducent Geely, die per uitzondering volledig privé-eigendom is. Het bedrijf kocht in 2010 het gerenommeerde Volvo. Ondertussen heeft het zijn portefeuille verder uitgebreid met Lotus, het Maleisische Proton en de London EV Company, de producent van de iconische Londense taxi’s. Geely lanceerde recent Polestar en binnenkort komt daar nog Lynk & Co bij. Die twee nieuwe merken maken trouwens gebruik van heel wat Volvo-technologie. Nog niet overtuigd? Geely bezit 9,7% van de aandelen van Daimler AG, lees Mercedes.

België voert Chinese auto’s in

Sinds eind 2020 importeert de Belgische invoerder One Automotive uit Geel twee Chinese merken. Eén daarvan is BAIC (Beijing Automotive Industry Company) dat jaarlijks 2.250.000 voertuigen produceert. Naast de eigen modellen zijn dat ook Hyundai’s en Mercedessen voor de Chinese markt. Medio 2009 heeft BAIC alle technische kennis van het failliete Saab gekocht. Voorlopig worden twee SUV’s uit de zogenaamde X-serie (X35 en X55) geïmporteerd.

Het tweede merk dat One Automotive naar België haalt, is DFSK, ontstaan uit een gezamenlijke onderneming tussen Dongfeng en SOKON. De twee belangrijkste modellen die momenteel verkrijgbaar zijn in België, zijn de Glory 580, een zevenzitter, en de Fengon, een kruising tussen een SUV en een coupé. Heel binnenkort wordt het aanbod verder uitgebreid met elektrische modellen. Dan is er nog de Belgische importeur Alcomotive, onderdeel van de holding van de familie Moorkens. Zij importeren sinds anderhalf jaar twee nieuwe Chinese merken: Maxus en MG. Beide merken hebben een verre Britse oorsprong, maar zijn ondertussen een vaste waarde binnen het Chinese SAIC Motor.

Al die nieuwe Chinese modellen die naar Europa komen, staan mijlenver van de vroegere Landwind. De Polestar 2 werd in Noorwegen zelfs tot ‘Auto van het Jaar’ uitgeroepen, in Duitsland won deze volledig elektrische wagen de prestigieuze trofee ‘Gouden Stuurwiel’. De Lynk & Co is dan weer gebaseerd op de Volvo XC40, in 2018 gekroond tot ‘Auto van het Jaar’. De andere Chinese merken MG, DFSK en BAIC die naar België komen, garanderen je bij aankoop vijf jaar waarborg. Dat moet zeker het vertrouwen aanscherpen, toch?

 

Lees ook

Nieuwe auto kopen? Blader eerst door ons uitgebreid testarchief!

Deze nieuwe auto’s mag je in 2021 verwachten