LEZ

VAB vraagt een aanpassing van de LEZ-regelgeving. Het weigeren van de toegang zou niet gebaseerd mogen zijn op de euronorm, wel op een vastgestelde overtreding van de fijnstofnorm gemeten door de autokeuring. Heel wat toegelaten dieselwagens hebben namelijk een defecte roetfilter. 

De Vlaamse overheid gebruikt de euronorm van de wagen om te bepalen welke dieselwagens al dan niet de lage-emissiezone (LEZ) in mogen, maar dat criterium vindt VAB onnauwkeurig. Uit een test van VAB bij 152 voertuigen blijkt namelijk dat veel Euro 5- en Euro 6-dieselwagens een defecte roetfilter hebben en zo veel vervuilender zijn dan een Euro 4, die nu de toegang tot de LEZ geweigerd wordt.

Euro 5 vervuilt evenveel als Euro 4 met roetfilter

Om de werkelijke uitstoot van die 152 voertuigen te meten, gebruikte VAB de modernste technologie: een fijnstof deeltjesteller die door het meteorologisch instituut van Zwitserland erkend is. Uit die test blijkt dat 1 op de 5 Euro 4-dieselwagens (19%) beschikt over een prima werkende roetfilter en daardoor niet meer fijn stof en roet uitstoot dan de Euro 5-norm voorschrijft. Hoewel het pas vanaf euronorm 5 verplicht was om een roetfilter te installeren, hebben sommige constructeurs dat toch al eerder gedaan in wagens met euronorm 4, wat ook blijkt uit onze test. De fout die de Vlaamse overheid maakt, is dat ze alle Euro 4-wagens over dezelfde kam scheert door geen onderscheid te maken tussen wagens met en zonder roetfilter. De test van VAB toont aan dat een Euro 4 met een correct functionerende roetfilter niet meer vervuilt dan een Euro 5. Er is dus geen enkele reden om een Euro 4-dieselwagen met correct functionerende roetfilter te blijven discrimineren door hem de toegang tot een LEZ te ontzeggen. Nu worden deze eigenaars nodeloos gedwongen om een andere wagen aan te schaffen.

De test van VAB toont aan dat een Euro 4 met een correct functionerende roetfilter niet meer vervuilt dan een Euro 5.

Verschil tussen NO² en fijn stof

Dieselwagens vervuilen op twee punten: stikstofdioxide (NO²) en fijn stof (in combinatie met roet). Na dieselgate is duidelijk geworden dat Euro 5-dieselwagens op vlak van NO² niet beter scoren dan Euro 4-dieselwagens. We moeten wachten op de Euro 6.3-dieselwagens, ook wel 6d full genoemd, om een duidelijke verbetering van de NO²-uitstoot te kunnen vaststellen. Voor fijn stof (en roet) is een correct werkende roetfilter van groot belang. Die maakt dat er geen verschil is tussen de fijnstofuitstoot van een Euro 4 en 5. Pas vanaf Euro 6 is een verdere verbetering merkbaar.

Hoe moet het dan wel?

Volgens objectieve metingen van VAB zou 19% van de Euro 4-dieselwagens de LEZ toch in mogen op basis van de fijnstofuitstoot. Bovendien blijkt dat 16% van de Euro 5- en 10% van de Euro 6-dieselwagens die momenteel wél toegang hebben hun toegangsrechten zouden moeten verliezen, omdat de roetfilter niet optimaal werkt. Maar waar trekken we dan de grens? Hoeveel fijnstofdeeltjes moet een dieselwagen uitstoten vooraleer hij het toegangsrecht tot de LEZ verliest? Het criterium van de euronorm is alvast niet rechtvaardig. Enkel een meting van de werkelijke uitstoot geeft een juist beeld. VAB stelt voor om in een eerste fase de grens op 500.000 PN (deeltjes/cm³) te leggen. Belangrijk is dat de sector (autokeuringsstations en garagisten) de tijd krijgt om zich aan te passen aan deze nieuwe normering. Nadien kan de norm dan fasegewijs verstrengd worden naar bijvoorbeeld 250.000 PN en nog later tot 100.000 PN. Aangezien we vaststellen dat oudere wagens de meeste kans maken op een defecte roetfilter lijkt het evident dat de autokeuring het controleorgaan bij uitstek is. Na vier jaar moet elke wagen sowieso naar de autokeuring, en dat is meteen het moment waarop een efficiëntere controle van de fijnstofuitstoot zinvol wordt.

 

 

Klik hier voor de volledige perstekst van VAB rond dit thema.

 

Lees ook

Nieuwe lage-emissiezones worden voorlopig beter uitgesteld

4 op de 10 wagens mogen in 2025 de lage-emissiezones niet meer in