telewerken

Door de coronamaatregelen moesten we plots massaal thuis aan de slag. De files smolten als sneeuw voor de zon. Is dit de definitieve doorbraak van telewerken? Of vallen we snel weer in oude gewoontes?

Ochtend- en avondspitsen met nul kilometer file; het leek een utopie. Tot het coronavirus ons dwong om andere gewoontes aan te nemen. Wie kon, moest verplicht thuiswerken. En dat bleek een grote groep te zijn. Bij het SERV (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen) wisten ze dat al langer. Het overleg- en adviesorgaan deed al voor de coronacrisis een onderzoek naar telewerken. Daaruit bleek dat slechts 7% van de werkende bevolking gemiddeld één dag per week aan thuiswerk deed. Sommige beroepen kun je echter niet uitvoeren van thuis uit. Als we de mensen met dat soort jobs uit de cijfers haalden, dan bleek dat slechts 27% van de werkende bevolking die kan telewerken dat al minstens één dag per week deed. Er was dus nog een enorm potentieel en die grote groep werkt sinds 18 maart ook thuis. Resultaat: geen files meer.

Geen files meer

Is telewerken dan de heilige graal om onze mobiliteitsproblemen op te lossen? “De coronacrisis heeft op z’n minst geleerd dat thuiswerk veel uitgebreider kan dan we tot nog toe wilden geloven of toelaten. Dat is zeker een les”, bevestigt mobiliteitsexpert Willy Miermans. “Als het verkeer met 20% zakt, dan zijn de files helemaal weg. Dat wisten we al uit theoretische modellen, maar het wordt nu ook bewezen. Een Nederlandse collega van me zei ooit dat we de files kunnen oplossen zonder één euro uit te geven en dat door twee dingen te doen: carpoolen en één of twee dagen per week thuiswerken.”

“Meetings in Brussel waar mensen uit Maaseik en Oostende naar een powerpointpresentatie moeten komen kijken, dat is onzinnig gedrag.”

Weerstand langs beide kanten

Maar als de oplossing zo simpel was, waarom lieten dan niet meer bedrijven telewerk toe? Sarah De Groof is expert telewerken bij HR-dienstengroep Acerta en plaatst hierbij een kanttekening. “Er zijn inderdaad bedrijven die weigerachtig tegenover telewerken staan, maar ook bij werknemers is er soms weerstand. Bedrijven zijn vooral bang om de controle los te laten. In gesprekken met teamleiders hoor ik soms dat ze willen zien of iemand aan het werk is. Maar het is niet omdat mensen op kantoor achter de computer zitten dat ze effectief aan het werk zijn. Langs de andere kant willen ook niet alle werknemers aan telewerk doen. Sommige mensen hebben nood aan een strikte scheiding tussen werk en privé. Thuis lukt hen dat niet. Daarnaast is er soms de vrees dat als een deel van een team thuiswerkt het andere deel op kantoor meer werk krijgt omdat telefoontjes en vragen van collega’s plots terechtkomen bij degenen die fysiek op de werkvloer aanwezig zijn. Dat valt allemaal op te lossen met digitale middelen, maar die vrees is er wel.”

Voordelen van telewerken

Gelukkig zijn er heel wat bedrijven en werknemers die de voordelen van telewerken inzien, zegt Sarah De Groof. “Sommige werkgevers zien het als een interessante besparing. Ze moeten niet meer voor iedereen een bureau en werkoppervlakte voorzien. Daarnaast is het voor werkgevers een middel om gaten in hun vacatures op te vullen. Als je merkt dat een job niet ingevuld geraakt omdat het juiste profiel in jouw regio niet beschikbaar is, dan is thuiswerk de ideale oplossing om alsnog de juiste werknemer te vinden.” Willy Miermans beaamt dat. “Mensen hebben er nu van geproefd, ze weten dat het kan en dat het werkt, ook al zei hun bedrijf vroeger misschien dat het niet kon. Bij aanwervingen zullen bedrijven moeten inzien dat ze flexibeler moeten omgaan met telewerk. Het zal voor sommige kandidaten een breekpunt zijn om een bepaalde job al dan niet aan te nemen.”

“We moeten deze crisis aangrijpen als een enorme kans om te experimenteren, maar we moeten durven bijsturen.”

Wat zal de toekomst brengen

Is de trein van telewerken nu definitief vertrokken? Willy Miermans is sceptisch. “De gedragsverandering was nu massaal, omdat de urgentie hoog was. We moesten het risico op besmetting hier en nu indammen. Maar wat als die urgentie weg of lager is? Ik verwacht wel dat er rationeler met tijd zal worden omgesprongen. Meetings in Brussel waar mensen uit Maaseik en Oostende naar een powerpointpresentatie moeten komen kijken, dat is onzinnig gedrag. Zoiets kan evengoed met teleconferencing. Dat zagen we al een beetje in, maar nu is dat besef er helemaal. Dat soort onnuttige verplaatsingen waarmee je een hele dag kwijt bent, zullen meer wegvallen.” Ook Sarah De Groof ziet veel winst voor digitale middelen. “Een digitale meeting verloopt misschien iets minder vlot dan een echte meeting, maar je moet de totale tijd mee in acht nemen. De tijdswinst van de uitgespaarde rit naar een vergadering is echt veel groter dan het beetje tijd dat je verliest omdat een digitale meeting wat minder efficiënt is. Of telewerken nu de standaard zal worden, daar kan niemand een zinnig antwoord op geven. De leidinggevende die angst had om de controle uit handen te geven, is nu misschien wel aangenaam verrast. Hij ziet dat het werk toch gedaan wordt, ook al moest hij de controle op zijn team loslaten. Anderzijds kan het voor sommigen de bevestiging zijn dat het niet werkt. Omdat de kinderen nu vaak thuis waren, lag de productiviteit misschien iets lager. Niet elke werkgever zal het onderscheid kunnen maken tussen de huidige en een normale situatie. Hoe dan ook, we moeten deze crisis aangrijpen als een enorme kans om te experimenteren, maar we moeten wel durven bijsturen. Laat ons kijken wat werkt en niet werkt, zodat alle partijen er beter van worden.”