Waarom de opmars van de automaat onstuitbaar isiStock

In 2020 was bijna de helft van de nieuw geregistreerde auto’s in België uitgerust met een automatische transmissie. In Amerika en Japan bedraagt dat aandeel zelfs negen op tien. Hoog tijd om eens na te gaan wat die evolutie drijft.

Dat er vorig jaar 21,7% minder nieuwe auto’s werden ingeschreven in België zal niemand verbazen. Allicht ook niet dat bijna een op vier een middelgrote SUV was, maar misschien wel dat nagenoeg de helft van de nieuw afgeleverde personenwagens was uitgerust met een automatische transmissie. In 2010 bedroeg het aandeel van de automaat nog 12%, terwijl dat in 2020 zomaar even 49% was. Parallel daarmee ziet VAB-Rijschool ook een gestage groei in de aanvragen voor rijlessen met een automaat (zie kaderstuk), omdat het Belgische rijbewijs al meer dan vijftien jaar een onderscheid maakt tussen bestuurders die handgeschakeld leren rijden en zij die koppelen en schakelen liever aan de auto overlaten.

Amerikaanse uitvinding

Ondertussen bestaan er verschillende soorten automaten die elk hun sterktes en zwaktes hebben. Voor het ontstaan moeten we alvast over de oceaan. De automatische transmissie wordt algemeen aanzien als een Amerikaanse uitvinding met Canadese en Braziliaanse inbreng. De aanloop daarvoor werd al in 1904 genomen, maar het duurde nog tot 1939 eer General Motors zijn Hyrda-Matic transmissie in serieproductie nam. In 1948 promoveerde de automaat dankzij Buick tot een koppelomvormer, die tot op vandaag de basis van de automatische transmissie vormt. Het mag dan ook niet verbazen dat de zelfschakelende versnellingsbak in eerste instantie vooral geschikt was voor een gezapige rijstijl, die hand in hand ging met de luie vermogensafgifte van dikke motoren. In Europa, dat toen al aanzien werd als een markt van actieve bestuurders, werd er initieel neergekeken op de automaat, omdat kleine motoren er meer door gingen verbruiken.

Snel vooruit naar 2021 en de automatische transmissie valt ook bij ons niet meer weg te denken. Een verdienste die grotendeels op conto van de Volkswagen-groep gaat, die in 2003 met het Direktschaltgetriebe oftewel DSG op de proppen kwam. Die gerobotiseerde versnellingsbak gaf bestuurders het beste van twee werelden: een handige automaat voor in de stad of in de file, maar ook manuele controle dankzij de schakelpeddels aan het stuur. In de beginjaren viel daar nog een kleine CO2-prijs voor te betalen, maar dat verschil is gaandeweg weggewerkt. Beter nog: vandaag zijn de motorisaties met een automaat op papier vaak zuiniger dan hun handgeschakelde equivalenten, wat meteen een van de belangrijkste redenen voor de omschakeling is.

Tegenwoordig zijn de motorisaties met een automaat op papier vaak zuiniger dan hun handgeschakelde equivalenten.

Automaat is een must bij elektrificatie

De elektrificatie van het wagenpark heeft de opmars van de automatische transmissie een stevig handje geholpen. Door de combinatie van een verbrandingsmotor met een elektromotor en alle stuureenheden die daarbij horen, is het veel efficiënter om het motorbrein zelf te laten schakelen. Beter nog, bij zelfopladende hybrides (zonder stekker) hoeft de automaat helemaal geen voelbare versnellingen meer te hebben. In dat geval spreekt men van een Continu Variabele Transmissie of CVT die vooral bij Japanse constructeurs in trek is. Daarbij lijkt het toerental van de motor als het ware los te staan van de acceleratie, wat in het begin even wennen is maar wel aangenaam rijdt. Bovendien moet het systeem niet trapsgewijs op- of terugschakelen om de motor in zijn ideale vermogensband te houden.

Voor de meeste bestuurders die van handgeschakeld naar automaat overschakelen, blijft de klassieke koppelomvormer een logische keuze. Die is nog steeds comfortabeler dan een sportieve automaat met dubbele koppeling en laat zich tegenwoordig evenzeer manueel bedienen met schakelpeddels. Bovendien voelt de achterliggende software de rijstijl van de bestuurder aan en geeft het navigatiesysteem informatie door over bochten en hellingen om altijd in de juiste versnelling te zitten. De meeste plug-in hybrides (met stekker) gebruiken ook een koppelomvormer omdat die een naadloze overgang tussen elektrokracht en brandstofpower faciliteert. Het aantal versnellingen varieert daarbij van vier tot tien en meer, om almaar betere emissiecijfers neer te zetten. Maar let wel: als er iets misloopt met een automaat, vallen de kosten altijd hoger uit dan bij de eenvoudigere handgeschakelde versnellingsbak.

Eenvoud troef

Volledig elektrische wagens gebruiken tot slot nog een veel eenvoudigere ‘automaat’: de enkelvoudige reductiebak die alleen in standje vooruit of achteruit kan. Daar gaat de evolutie van de automatische transmissie bijgevolg naartoe, wat meteen verklaart waarom steeds minder beginnende bestuurders nog handgeschakeld leren rijden. Nochtans is het soms handig om beide types transmissies te beheersen, bijvoorbeeld als je op vakantie een auto moet huren of het stuur in een noodsituatie van iemand anders moet overnemen. Vergeet ook niet dat auto’s met een automaat gemakkelijk 1500 euro meer kosten dan hun handgeschakelde equivalent, terwijl lang niet alle stadswagens een automaatoptie hebben. Iets om in het achterhoofd te houden als je met je automaatrijbewijs op zoek moet naar een goedkope occasie.

Steeds minder beginnende bestuurders leren nog handgeschakeld rijden. Nochtans is het handig om beide te beheersen, bijvoorbeeld als je op vakantie een auto huurt of het stuur in een noodsituatie van iemand anders moet overnemen.

Zo werkt de automaat

 

VAB-Rijschool pleit voor vereenvoudiging van het Rijbewijs B Automaat

Wie vandaag een rijbewijs B Automaat heeft en ook met een handbak wil leren rijden, moet het opleidingstraject deels opnieuw doorlopen. “Dat betekent dat die persoon de rijlessen of vrije begeleiding en natuurlijk ook het praktijkexamen moet overdoen”, preciseert Peter Landsheere, directeur van VAB-Rijschool. “En dat is misschien van het goede teveel”, klinkt het. Daarom pleit VAB-Rijschool ervoor – naar het idee dat ook in Duitsland leeft – om automaatrijders met een extra opleiding van een achttal uur klaar te stomen om met beide transmissietypes te kunnen rijden. Ook de directeur vindt het namelijk belangrijk om beide principes aan te leren, ook al merkt hij de afgelopen jaren een gestage toename in de lessen voor een rijbewijs met automaat. “Zeker in de steden is de vraag opvallend, maar ook elders groeit het besef dat de auto-evolutie almaar meer richting automaten gaat, net zoals die overstap zich jaren geleden al bij de vrachtwagens heeft doorgezet.” Leer je evenwel van meet af aan met een handbak rijden, dan mag je meteen met een automatische transmissie aan de slag. “Al is dat misschien ook niet helemaal logisch”, concludeert meneer Landsheere, “vermits elk type automaat zijn eigen karakteristieken en bedieningsmodaliteiten heeft.” Kortom: in beide gevallen baart vooral oefening de nodige kunst, liefst onder begeleiding van een professionele rijinstructeur.