Wat controleren voor je op vakantie vertrekt Rijden

Dit moet je controleren voor je met de auto op vakantie vertrekt

Met de auto op vakantie? Het is geen overbodige luxe om je wagen te controleren voor je vertrekt. Zo vermijd je pech en een hoop ellende!

07/06/2017
Deel met je vrienden:
Facebook Twitter linkedin email

5 dingen die je beter controleert voordat je met de auto op vakantie vertrekt

De bandenspanning

  • De juiste bandenspanning vind je in de handleiding van je auto. De minimale profieldiepte is 1,6 millimeter.
  • Controleer de bandenspanning als de banden koud zijn, dus wanneer je niet meer dan 5 kilometer gereden hebt.
  • Bij de meeste tankstations kan je de bandenspanning controleren én de banden ook meteen oppompen.
  • Stel de meter van de pomp in op de juiste bandenspanning. Je vindt de voorgeschreven bandenspanning in het instructieboekje van de auto, op een sticker in het portier of op de tankklep.
  • Pomp de band op tot de juiste bandenspanning bereikt is.
  • Vergeet ook niet je reservewiel na te kijken.
  • Als je auto zwaar beladen is, kan je best je bandenspanning wat verhogen. Ook deze informatie vind je in het instructieboekje van de auto.

De profieldiepte van je banden

  • Op je band staan slijtindicatoren, rubber blokjes die onder in de lengtegroeven geplaatst zijn. Zodra deze rubber blokjes gelijk komen met het rolvlak, moet de band vervangen worden.
  • In de betere autoshop kan je een eenvoudig apparaatje kopen waarmee je zelf eenvoudig de profieldiepte van je banden kan controleren.
  • Je kunt de profieldiepte van je banden ook meten met een 1 euro muntstuk: is het gouden randje van de munt zichtbaar als je deze in de groeven van de band stopt? Dan is de profieldiepte minder dan 3 millimeter.

De koelvloeistof

  • Controleer de koelvloeistof alleen bij een koude motor.
  • Controleer de koelvloeistof bij voorkeur op een egale ondergrond, voor een betrouwbaar resultaat
  • De koelvloeistof zit in een transparant reservoir. Er is geen vaste plaats voor het reservoir. Je kan het herkennen aan het afgebeelde symbool op de draaiknop dat op gevaar wijst: een uitroepteken in een driehoek, een wolk, opstijgende dampen met een hand.
  • Het vloeistofpeil controleer je aan de hand van de streepjes op het reservoir. De vloeistof moet zich tussen het minimum- en het maximum-streepje bevinden.
    Als je de koelvloeistof bijvult, doe dat dan alleen met door de fabrikant aanbevolen vloeistof, zie hiervoor in het instructieboekje.
  • Moet je regelmatig grotere hoeveelheden koelvloeistof bijvullen, dan kan dat duiden op een lek. Contacteer in dat geval een professional.

Het oliepeil

  • Peil de olie als de motor koud is, laat je motor minstens 10 minuten afkoelen.
  • Zorg dat je auto waterpas staat, zodat je een betrouwbare meting krijgt.
  • Maak de peilstok proper en stop hem terug in het oliereservoir. Haal hem eruit om het peil af te lezen.
  • Als het niveau tussen de twee indicatoren staat, is het goed. Indien niet, vul de olie bij. De juiste olie vind je in het instructieboekje van je auto.
  • Het verschil tussen het minimum- en het maximumpeil bedraagt een liter. Als het oliepeil onder het minimum staat, vul je best een halve liter bij.
  • Zet het contact van je auto aan, zonder de auto te starten. Het lampje moet nu branden en na het starten van de auto opnieuw uitgaan.

De ruitenwisservloeistof

  • Kijk in het instructieboekje waar het reservoir zit, je kan de dop herkennen aan het pictogram van een raam met straaltjes water erboven.
  • Schroef de dop open en vul het reservoir bij tot aan het maximum-streepje of tot iets onder de rand.
  • Tijdens de wintermaanden kan water bevriezen, het is dan belangrijk dat je vloeistof gebruikt met antivries.

@ Schrijf je in voor onze nieuwsbrief