De mooiste stops op een roadtrip door NamibiëSofie Roth

Namibië is het tweede dunbevolktste ter wereld. Per vierkante kilometer wonen 2,7 mensen, aldus Wikipedia. En wij leggen zo’n 1500 kilometer af langs deze parels. Hoeveel mensen zouden we dan tegenkomen?

De Kalahari

Ons avontuur in Namibië starten we in de Kalahari-woestijn, wat in theorie geen echte woestijn is. Daarvoor regent het er net iets te veel. Gids Daniel en ik doorkruisen de droge savanne met een 4×4, want dat is nodig op deze wegen. We worden langs de weg meteen verwelkomd door bavianen, springbokken, gemsbokken en zelfs een viertal giraffen, gretig kauwend van de hoogste bladeren van een acaciaboom. Drie uur later, in de Zebra Kalahari Lodge, kijk ik vanop het terras van mijn kamer gefascineerd toe hoe enkele springbokken water slurpen uit de waterplas zo’n twintig meter bij me vandaan. Tot er een kudde gnoes zich een weg baant naar het heldere water. Snel hoppen de springbokken weg, zoals alleen springbokken dat zo elegant kunnen. De wet van de sterkste geldt het hardst in Afrika.

Bosjesmannen

Ik ben vroeg uit de veren voor een wandeling met de plaatselijke San-mensen. Zes jongemannen in een leren lap en op blote voeten maken me wegwijs in het vroegere leven van de Bosjesmannen. Het waren jagers en plukkers die door het land zwierven, op zoek naar eten en water, de wilde dieren volgend. Vandaag kunnen ze niet meer op die manier leven, omdat er nu heel wat regels bestaan wat betreft natuurbehoud en jacht. Wat ze wél nog kunnen, is de planten rondom hen gebruiken tegen kwaaltjes, pijn en ziekte. Ze laten me zien hoe ze water uit de acaciaboom halen via de holte van een specht, en dat vroeger in een struisvogelei bewaarden en ingroeven voor wanneer ze hier opnieuw zouden passeren. Of welke planten ze koken tegen buikpijn en constipatie. Het moet gezegd, we kunnen best nog wat van hen leren.

Namib-woestijn

Een kleine driehonderd kilometer verder laat de Namib-woestijn zich duidelijk voelen. Het landschap is compleet veranderd. De bosjes hebben plaatsgemaakt voor een uitgestrekt zandlandschap, omgeven door de Naukluft-bergen. Het doet me wat denken aan ‘De Leeuwenkoning’. Bruine, wijde vlaktes, zuinig gevuld met acaciabomen en een ondergaande zon. In de Namib-woestijn bevinden zich de hoogtepunten van menig toerist in Namibië: Sossusvlei, Dooievlei en Duin 45. Allemaal in één dag en met één ticket te bezoeken.

Duin 45

Op blote voeten en met elk twee flesjes water beginnen we aan de klim. Het losse zand maakt een goede grip lastig, waardoor we bij elke stap weer een halve naar beneden zakken. Maar we zullen de top bereiken, en dat blijkt uiteindelijk best mee te vallen. Niet veel later genieten we van een fantastisch uitzicht over de omringende duinen. We staan alleen op de top. Alleen op de wereld. Wat een geweldig gevoel!

Sossusvlei

Om de Sossusvlei en Dodevlei te bereiken, heb je pas echt een 4×4 nodig. Je kunt je auto achterlaten aan de voorziene parking en met één van de open jeeps meerijden of je kunt, als je zoals wij met een 4×4 op pad bent, zelf de hobbelige tocht maken. Gids Daniel laat de banden wat platter, van 2 naar 0,8 bar, voor een betere grip in het losse zand. De Sossusvlei is een droge kleivallei, omringd door de rode duinen die Namibië zo kenmerken. In tegenstelling tot de Dodevlei is hier nog ietwat vegetatie, die op zeldzame momenten wordt bevoorraad door de Tsauchab-rivier. Maar Namibië lijdt al enkele jaren onder een droogte, en veel water is er vandaag niet te zien.

Dodevlei

Het is ondertussen heet geworden. Om de Dodevlei te zien, wacht ons een tocht van 1,1 kilometer door het mulle zand, maar de wandeling lijkt eindeloos te duren. Na een laatste klim verschijnt de Dodevlei eindelijk in het dal onder ons. Dit was ooit een oase in de woestijn. Een plek waar je water vond en van de schaduw kon genieten. Maar de Tsauchab-rivier, die ondergronds door deze regio stroomt, heeft haar koers veranderd, waardoor deze bomen aan hun lot werden overgelaten en een stille dood tegemoet gingen. Kurkdroog zijn ze. Als je ze aanraakt, blijf je gegarandeerd met splinters zitten. De kleigrond is zo mogelijk nog droger dan die van de Sossusvlei, en gebarsten. Dood of niet, het blijft een indrukwekkend gezicht.

Steenbokskeerkring

Op de weg tussen Solitaire en Walvisbaai vertelt een bestickerd bord ons dat we over de Steenbokskeerkring of de Tropic of Capricorn rijden. Fotostop!

Swakopmund

Namibië was lange tijd een kolonie van Duitsland. En dat merk je vooral in Swakopmund. Niet alleen aan de kleurrijke gebouwen en Duitse uithangborden, maar ook aan de vlees- en biercultuur die hier, en bij uitstek in de rest van het land, heerst.

Swakopmund is bovendien ook de ideale uitvalsbasis voor een dolfijn- en zeehondensafari. We zijn nog maar net het haventje uitgevaren of er springt een pelikaan op onze boot, in de hoop wat van de visjes te scoren waarmee schipper Oona hen lokt. Even later volgt een zeehond, die ook zijn deel van de lekkernij wil. We maken snelheid en trekken nog verder de zee op. Tijd om dolfijnen te spotten! Ze laten zich niet gemakkelijk zien, maar af en toe verschijnt een vin heel kort boven het wateroppervlak. Als afsluiter haalt Oona champagne, hapjes en Namibische oesters tevoorschijn. “Onze oesters slik je niet zomaar door, maar moet er eerst even op kauwen. Traditioneel eten we ze met zout, peper, citroensap én tabasco!”

Duin 7

Tussen Walvisbaai en Swakopmund strekt zich een duinenlandschap uit, beter bekend als Duin 7. Ideaal te verkennen met de quad! Na enkele veiligheidsvoorschriften bromt gids Ben van Dune 7 Adventures ons door de rode heuvels, een stofwolk achter ons latend. Eerst enkele zachte hellingen, daarna het zwaardere werk. Tot we alleen nog maar golvende zandbergen zien. Om de hellingen op te geraken, moet je gas durven te geven. Ben doet regelmatig teken dat ik sneller moet gaan, anders haal ik de top niet. De terughoudendheid maakt na een tijdje plaats voor plezier. Kunnen we nog wat langer rijden?

Spitzkoppe

Je ziet hem al van ver opduiken. De Spitzkoppe ligt vrij eenzaam aan de horizon. De hoogste top van het groepje granieten bergen meet zo’n 1784 meter en wordt weleens ‘de Matterhorn van Namibië’ genoemd. Niet omwille van zijn hoogte, maar omdat hij even mooi alleen heerst over het landschap. Sinds 1998 worden de Spitzkoppe en omliggende kampeerplaatsen beheerd door de lokale gemeenschap. Frans leidt ons rond. Hij groeide op met deze granietrotsen als speeltuin. “Ik kom hier elke dag en geniet telkens opnieuw van deze schoonheid. Ik woon op de mooiste plek ter wereld.” Hij toont ons oude rotstekeningen van de Bosjesmannen. Ze vertellen welke dieren zich hier bevinden, waar ze water hebben gevonden, hoeveel mensen ze hebben verloren… Je moet ze alleen kunnen lezen.

Erongo-bergen

Op zo’n twee uur rijden liggen de Erongo-bergen. De Erongo Wilderness Lodge blijkt een pareltje. Luxueuze tenten zijn op de rand van een rots neergepoot, omringd door een terras met een heerlijk uitzicht en te bereiken via een oneffen stenen trapje verlicht door lampionnen. Avontuur ontmoet luxe. De badkamer is halfopen, je kijkt zo over het stenen muurtje heen – als je groter bent dan een meter zestig tenminste – naar de rotsblokken waarop dassies (rotsklipdassen) en klipspringers zich weleens durven te laten zien. Toch even wennen, je zomaar blootgeven aan de natuur.

Erindi Game Reserve

Hoewel dit safaripark kleiner is dan het bekendere Etosha National Park hoef het nergens voor onder te doen. Het restaurant van de Old Traders Lodge kijkt uit over een grote waterpoel en meteen spot ik er een vijftal nijlpaarden. De indrukwekkendste lunch ooit! Het is duidelijk tijd voor de grotere en gevaarlijkere dieren. Op mijn wenslijstje staat nog één ding: een olifant zien. Een uurtje na de lunch heb ik geluk: er staat er één! En dan komt er van achter de zandberg een tweede olifant aangewandeld, en een derde! Zo’n halfuur blijf ik staan kijken. Met grote ogen. Ook aan het terras van mijn kamer blijken vier olifanten te staan, nog veel dichterbij! Ik wil blijven kijken in de plaats van op safari te vertrekken. Maar dan zou ik ongelijk hebben gehad, want het resultaat van de wildrit is nog meer olifanten, twee leeuwen, twee witte neushoorns, een meute wilde Afrikaanse honden, enkele eeuwig charmante giraffen en een prachtige zonsondergang met een gin-tonic in de hand. Wat een fantastische manier om deze reis te beëindigen.

Namibië praktisch

Erheen

VAB-Magazine reisde naar Namibië met Live To Travel, specialist in reizen naar heel zuidelijk Afrika. Zij regelen alles voor jou: vluchten, accommodatie, excursies en indien nodig een gids. Naast individuele rondreizen zijn ook groepsreizen mogelijk.

Beste reisperiode

Namibië kun je het hele jaar door bezoeken. Hou er wel rekening mee dat de seizoenen er andersom zijn. Tijdens de wintermaanden (onze zomer) kan het er ’s nachts erg afkoelen.

Munteenheid

Namibische dollar

Documenten

Voor Namibië heb je geen visum nodig, enkel een internationaal paspoort geldig tot 6 maanden na terugkomst.

Tijdsverschil

Tijdens onze zomer is er geen tijdsverschil met Namibië. Tijdens onze winter is het er 1 uur later.

Goed verzekerd

Reis zorgeloos naar Namibië met een VAB-Reisbijstand.

Toeristische informatie

namibiatourism.com.na