Woodstock 1969 mag dan legendarisch zijn, de start van een professionele pechverhelpingsdienst was dat ook. VAB-Wegenwacht blaast vijftig kaarsjes uit!

Op 1 januari 1969 startte VAB met de ‘Wacht op de Weg’, zoals dat toen nog plechtig heette. Was er daarvoor dan geen pechverhelping? Toch wel. Al in 1953 konden VAB-leden op hulp rekenen, maar die was eerder losjes georganiseerd met vrijwilligers die later aangevuld werden met een aantal aangesloten garagisten. Het échte werk, met eigen wegenwachters en een alarmcentrale die dag en nacht bereikbaar was, kwam er in 1969. Het waren echte pionierstijden. De service was nieuw en onbekend. Er was aanvankelijk een beperkt aantal leden, dat zich inschreef voor de pechverhelpingsdienst. Wegenwachters moesten toen zélf op zoek naar mensen met pech. Ze legden vastgelegde trajecten af in de hoop langs de kant van de weg auto’s in panne te vinden. Ook waren onze wegenwachters actief betrokken bij het werven van leden. Met een standje stonden ze op beurzen, evenementen en koersen. Dankzij hun inzet en mond-tot-mondreclame steeg het ledenaantal pijlsnel en was de ‘VAB Wacht op de Weg’ een instant succes. Begin 1969 waren er maar achttien wegenwachters, tegen het einde van het jaar waren dat er al dubbel zoveel.

In het begin was de directeur van wacht tijdens de nacht. Die nam vanuit zijn slaapkamer in pyjama de telefoon op. 

Pechverhelping vanuit de slaapkamer

Die eerste jaren moesten er allerlei praktische problemen worden opgelost. Dat leden vanuit eender welke provincie naar één centraal nummer konden bellen, dat was redelijk snel gefikst. Maar hoe moesten de wegenwachters op de hoogte gebracht worden? Er bestonden nog geen gsm’s, en ook zendmasten voor een eigen radionetwerk waren niet voorhanden. Voor de communicatie met de alarmcentrale werd een soort van semafoonkist in de auto geïnstalleerd. Begonnen de lichtjes te flikkeren, dan kreeg de wegenwachter een oproep. Vervolgens moest hij op zoek naar een telefooncel om de alarmcentrale te bellen. Zo kreeg hij de nodige informatie en de locatie van het pechgeval. Vanaf dag één was de alarmcentrale 24 uur per dag bereikbaar. Overdag was dat geen probleem, maar voor de nachtdiensten moest er een oplossing worden uitgedokterd. Johan Palings, toenmalig directeur van de VAB-Wegenwacht, liet een telefoon met een extra lange kabel installeren in zijn huis en nam de telefoon elke avond mee naar de slaapkamer. Wie’s nachts naar VAB belde, kreeg meneer de directeur aan de lijn. Die stond bij elke oproep op, wandelde in pyjama naar de woonkamer, waar een heleboel wegenkaarten op tafel lag, en verwittigde de wegenwachters.

Hallo Alfa

De VAB-Wegenwacht was echter meteen zo’n groot succes dat deze oplossingen niet lang houdbaar bleken. Een directeur met wallen en wegenwachters die het land moesten rondcrossen op zoek naar een telefooncel, dat was niet ideaal. Het gebeurde meermaals dat een wegenwachter vlak bij een pechgeval stond, maar er eerst weer van weg moest rijden om een telefooncel te zoeken. Er kwam een oplossing voor de nachtdiensten, en al in het eerste jaar kwam er een zendmast, waardoor wegenwachters via een radioverbinding konden communiceren met de alarmcentrale. Wegenwachters kregen hun eigen roepnaam: Alfa’s in Antwerpen, Lima’s in Limburg, Bravo’s in Brabant, Oscars in Oost-Vlaanderen en Zulu’s in West-Vlaanderen. Er wordt nog maar weinig gebruikt uit die begindagen, maar de roepnamen zijn nog steeds actief. En zo houden we zelfs na vijftig jaar nog een stukje geschiedenis in leven.

 

Lees ook

Wat gebeurt er als de combinaties van onze nummerplaten op zijn?

Welke boorddocumenten moeten verplicht in je wagen liggen?

Hoe moet je een parkeerschijf precies gebruiken?

 

VAB weet er wel weg mee

Ook 50 jaar later staat VAB nog altijd voor je klaar, want pech komt steeds op de meest onverwachte momenten. Sluit je nu aan en ga zorgeloos de weg op.