De toekomst van toerisme wat met onze zomer vakantieplannenWesttoer

Onzekerheid is het perfecte rijsmiddel voor angst en dus beleeft de reissector ongezien dramatische tijden. Hoe kijken touroperators, reisagenten en toeristische diensten aan tegen de zomer van 2020? En wat staat er in hun glazen bol over het toerisme na de coronacrisis?

We hoeven geen open deuren in te trappen: de zomer zal er helemaal anders uitzien dan die van de voorbije jaren. En het heeft er alle schijn van dat in binnen- en buitenland reizen ook de volgende jaren alleen maar onder bepaalde voorwaarden zal kunnen. Met een fit-to-fly attest, gekoppeld aan quarantaine na je vakantie. Tot voor twee maanden waren dat elementen uit een dystopische film.

Toerisme is een noodzaak

Midden in het gewoel wordt bij vakantieaanbieders achter de schermen hard gewerkt aan de nabije en wat verdere toekomst. Wat wij zien, is maar het topje van de ijsberg. Toerisme is voor nogal wat landen een essentieel onderdeel van het bruto binnenlands product. In mensentaal: een noodzaak om te overleven. Dat gaat ook over bij Belgen populaire bestemmingen als Turkije, Tunesië en de Dominicaanse Republiek. En ja, ook Spanje. “Er reist bijvoorbeeld al een miljoen Duitsers naar Mallorca”, vertelt Pierre Fivet, die naast directeur België van campingaanbieder Vacansoleil ook bestuurder en woordvoerder is bij ABTO, de Belgische vereniging van reisaanbieders, zeg maar touroperators. “In de zomer van 2019 zijn 5,5 miljoen Belgen met vakantie gegaan. Daarvan trok 88% naar het buitenland. Alleen al naar Frankrijk reizen er tijdens de zomervakantie 1,2 miljoen Belgen! Kun je je voorstellen hoe we die allemaal in België een plaats moeten geven deze zomer?”

“Alleen al naar Frankrijk reizen er tijdens de zomervakantie 1,2 miljoen Belgen. Kun je je voorstellen hoe we die allemaal in België een plaats moeten geven deze zomer?”

Pierre Fivet, ABTO

We staan klaar

De touroperators hebben van bij het begin van de crisis in ijltempo aan een oplossing gewerkt die de aanbieder van de reis beschermt en de klant niet in de kou laat staan. De zogenaamde coronavoucher kan binnen de twaalf maanden gebruikt worden voor een nieuwe boeking. Volgens Koen van den Bosch, de CEO van de Vereniging Vlaamse Reisbureaus (VVR), verdient het aanbeveling om “de vouchers voor dezelfde vakantie te gebruiken”.

“De sector heeft vandaag al voor meer dan 460 miljoen euro reeds betaalde en niet-recupereerbare bedragen openstaan bij hotels, lokale agenten en andere leveranciers.” Van den Bosch geeft een voorbeeld. “Stel, je hebt een reis geboekt naar Australië met een waarde van 5000 euro. Je zult een tegoedbon voor die waarde ontvangen. De reisorganisator (of touroperator) ontvangt van de luchtvaartmaatschappij een voucher ter waarde van 3000 euro op naam van de reiziger, gelinkt aan de vluchten van deze maatschappij. Nemen we voor het gemak Qantas. De lokale partners – hotels, enz. – schrijven een tegoedbon van 1500 euro uit. De overige 500 euro is de marge van de organisator. Wanneer die reiziger eind dit jaar beslist om met zijn voucher van 5000 euro naar Thailand te reizen en bijvoorbeeld Thai Airways inschakelt, dan is het geld waarvan sprake integraal verloren en kan de schade niet beperkt worden. Op dat ogenblik verliest de aanbieder immers 4500 euro én zal het opnieuw 4500 euro moeten betalen voor de nieuwe reis. Zo wordt de totale kost 9000 euro en werkt het reisbedrijf met een operationeel verlies van 4000 euro.”

Maar valt het te begrijpen dat klanten op dit moment het zekere voor het onzekere kiezen en hun centen terugeisen? Pierre Fivet: “Wij kunnen enkel annuleren wat niet-uitvoerbaar is. Als een camping nu al aangeeft niet te openen voor 15 juni, dan krijgen de mensen die daar voor die dag vakantie wilden vieren hun geld terug. Ook Corendon gaf bijvoorbeeld al aan niet te vliegen voor 31 mei. We weten allemaal wat ons te wachten staat. Zonder noodfonds en overheidssteun zullen veel bedrijven het lastig krijgen. In Duitsland ontving TUI intussen 1,8 miljard euro steun van de overheid. We laten de klanten niet aanmodderen. De georganiseerde reiswereld staat klaar om de Belg zijn vakantie te gunnen wanneer dat kan en veilig is.”

 

Warmere zomers

Sommige van die reisaanbieders kunnen in het allerbeste geval misschien garen spinnen bij de coronacrisis. We denken aan de verhuurders van vakantiewoningen of uitbaters van vakantieparken. Zo kan bijvoorbeeld Belvilla de dans voor een stuk ontspringen. Pr-verantwoordelijke Hanita van der Meer: “Op dit moment ligt onze focus inderdaad op vakantie in eigen land. Dat geldt trouwens voor alle Europese landen waar wij vakantiehuizen aanbieden. In een vakantiewoning kun je heel eenvoudig sociale afstand bewaren.” Belvilla biedt in België ruim 2400 woningen aan, en daarvan zijn naar eigen zeggen nog behoorlijk wat huizen vrij. “Tijdens de winter wordt 40 tot 50 % van de zomervakanties geboekt, maar dit werd nu abrupt onderbroken door het coronavirus. Er is zeker nog ruimte.” Hoe ziet Belvilla de toekomst? “Europa blijft zeer geliefd. Dit jaar zal het virus en sociale afstand nog top of mind zijn, maar zodra er een vaccin is, denken we dat er weer verder zal gereisd worden.”

“Europa blijft zeer geliefd. Dit jaar zal het virus en sociale afstand nog top of mind zijn, maar zodra er een vaccin is, denken we dat er weer verder zal gereisd worden.”

Hanita van der Meer, Belvilla

De pr & Corporate Communication Manager van Roompot, Baptiste van Outryve, ziet toch een evolutie naar slow travel en duurzame vakanties. “Ook in het laagseizoen zullen we hunkeren naar vrijheid en verbondenheid met het gezin. Maar daarvoor zullen we wellicht niet langer twee uur in een luchthaven willen doorbrengen om vervolgens 48 uur in Italië te zijn. We merken dat ook vóor het virus mensen om redenen van duurzaamheid dichter bij huis wilden verblijven. Anderen vonden onze warmere zomers sowieso al geweldig en zagen geen reden om ver weg te reizen.”

Roompot houdt op dit moment 68 van de 116 parken in Nederland onder voorwaarden en met beperkte faciliteiten open. De gasten willen de stad ontlopen of met het gezin enkele dagen van natuur en rust genieten. In Nederland mag dat. Aan zorgverleners en ondersteunend ziekenhuispersoneel worden gratis vakantiewoningen aangeboden, zodat zij het hoofd kunnen leegmaken en vermijden om hun gezinsleden te besmetten. Roompot is hoopvol voor de toekomst. “In de resorts, parken en campings die nu gesloten zijn, worden klusjes uitgevoerd die normaal in het najaar gepland waren. We werken aan animatieprogramma’s en verfijnen restaurantkaarten.”

De woordvoerder van het Nederlands Bureau voor Toerisme (NBTc) ziet het een stuk somberder in. Elsje van Vuuren: “De bezettingsgraad van de hotels in Nederland bedraagt nog 7,8 procent. In Amsterdam is dat zelfs maar 6,7%. We stellen ook vast dat er maar liefst 83% minder Belgen de website holland.com bezoeken.” Nederland werkt aan een landelijk ‘Offensief Duurzaam Herstel Bestemming NL’, eerst voor de binnenlandse, pas later voor de buitenlandse markt.

“We zullen wellicht niet langer twee uur in een luchthaven willen doorbrengen om vervolgens 48 uur in Italië te zijn. Ook vóor het virus wilden mensen al dichter bij huis verblijven.”

Baptiste van Outryve, Roompot

De perceptie van rust

Grote touroperators als TUI, Sunweb en Corendon verkopen vooral vakanties naar zuiderse bestemmingen waar altijd een vrolijke, drukke sfeer hangt. In landen als Turkije, Tunesië, Griekenland en Spanje. Dat lijkt deze zomer een lastige klus. Ook zij bekijken de toestand dag per dag en gaan ervan uit dat hun reizen kunnen doorgaan. Waar dat niet mogelijk is, wordt naar de tegoedbon gegrepen. Maar wat betekent de coronacrisis voor reisaanbieders die bestemmingen aandoen waar vooral een perceptie van kalmte en afzondering heerst? Denken we aan Schotland, IJsland, Lapland. Manuela Libens van Gallia: “De helft van alle reserveringen tot eind mei werd geannuleerd, en de helft werd naar hoofdzakelijk 2021 gewijzigd. Helaas is er voor de zomer geen enkele vraag meer, en zelfs niet voor het najaar. Af en toe komt er een vraag voor een winterreis naar Lapland, dat toch als een veilige bestemming wordt beschouwd.” Is ‘duurzaam’ het toverwoord van de toekomst? “Het is maar de vraag of toerisme en ecologische duurzaamheid kan samengaan. Ik denk niet dat er één touroperator is die niet duurzamer zou willen zijn, maar de werkelijkheid is vaak anders. Naar Canada en IJsland moet je nog altijd vliegen. Gaan we die bestemmingen dan links laten liggen? Wij bieden ook autovakanties aan, maar is dat duurzaam als je geen hybride of elektrische wagen hebt? Ik denk dat wij bij Gallia al een grote stap zetten door het massatoerisme links te laten liggen. Onze gasten kiezen voor rust, natuur, wandelen en fietsen.”

 

Plaats genoeg

Het lijkt er alles bij elkaar dus sterk op dat heel veel mensen deze zomer in eigen land zullen doorbrengen. Toerisme Vlaanderen weet uit ervaringen met vorige crises dat het binnenlandse toerisme de eerste vorm van reizen is die opnieuw aantrekt. Woordvoerder Stef Gits gaat ervan uit dat reizen in eigen land nog tot en met het najaar de norm zal worden. “Normaal zetten wij al onze middelen in het buitenland in, omdat dat is wat wij doen: buitenlanders aanzetten om naar Vlaanderen te reizen. Maar de focus zal nu op korte termijn verlegd worden. Samen met de provinciale toeristische diensten, de kunststeden en de andere partners zullen we de campagne ‘Vlaanderen Vakantieland 2.0’ uitrollen. Het is juist dat we niet allemaal op hetzelfde moment naar dezelfde plaats zullen kunnen gaan. Maar Vlaanderen heeft meer dan voldoende toeristische capaciteit. We hebben ongeveer 300.000 slaapplaatsen in de commerciële logiezen, en daar mag je nog eens zowat een half miljoen tweede verblijven aan de kust bij rekenen. Eigenlijk verwachten we alleen een mogelijk probleem op bepaalde piekmomenten aan de kust. Maar dat probleem is niet nieuw. In de zomer ligt de bezettingsgraad sowieso rond 85 procent, in september is dat al naar 65% gezakt. Er is zeker ruimte over.”

Toerisme Vlaanderen had nog voor deze crisis al besloten om niet noodzakelijk meer op zoek te gaan naar jaarlijkse groei. “Dat is een vastgeroest idee”, aldus Gits. “Natuurlijk zijn de cijfers belangrijk. Toerisme is een economisch zeer belangrijke sector in Vlaanderen. Maar ik denk dat wij bezoekers moeten aantrekken die écht willen verbonden zijn met de bestemming. Die passen bij het DNA van Vlaanderen als toeristische bestemming. We moeten op zoek naar een gezond evenwicht tussen bezoekers, bewoners, toeristische ondernemers en het ecosysteem, de plek waar men verblijft.”

“We zullen niet allemaal op hetzelfde moment naar dezelfde plaats kunnen gaan, maar Vlaanderen heeft meer dan voldoende toeristische capaciteit.”

Stef Gits, Toerisme Vlaanderen