auto

Een auto kiezen, configureren en zelfs bestellen is dankzij het internet poepsimpel geworden. Het moeilijke stuk blijft de financiering, die anno 2020 op verschillende manieren kan.

Wist je dat de Belgische auto-importeurs gemiddeld een derde van hun jaaromzet tijdens het Autosalon draaien? Dan snap je meteen ook waarom het tussen december en februari salonkortingen regent, die potentiele kopers moeten overtuigen om precies in die periode een bestelbon bij hun concessiehouder te gaan tekenen. En waarom ook niet. Een nieuwe auto blijft een serieuze aanslag op het gezinsbudget, waardoor elke uitgespaarde euro mooi meegenomen is. Hoog tijd om de meest courante vormen van autofinanciering even op een rijtje te zetten.

Financiering met spaargeld

Hoeveel auto’s er anno 2020 nog met eigen middelen betaald worden, valt niet op het procentpunt na te zeggen. Ga er evenwel van uit dat het nog altijd de populairste betaalwijze is, die meestal per overschrijving in de bank wordt uitgevoerd. Cashbetalingen zijn bij wet tot 3000 euro beperkt en daardoor enkel nog bij goedkope tweedehandswagens courant. Bovendien heb je met een banktransfer meteen een betaalbewijs in handen, terwijl je de overschrijving ook nog eens door de ontvanger kan laten bevestigen om een dubbele zekerheid in te bouwen. Zo kan er geen discussie ontstaan over de betaling, die bij de meeste autokopen op voorhand moet uitgevoerd worden om de sleutels in handen te krijgen.

De belangrijkste reden om een auto met eigen middelen te financieren, is omdat spaargeld momenteel niets opbrengt. Bovendien is het aangekochte goed meteen en volledig jouw eigendom. Het nadeel van een betaling met eigen middelen is dat je spaargeld in één klap foetsie is en bijgevolg niet meer voor andere doeleinden kan dienen. Dat maakt deze manier van kopen en betalen vooral interessant voor mensen die nog extra reserves kunnen aanspreken in nood.

Een nieuwe auto blijft een serieuze aanslag op het gezinsbudget, waardoor elke uitgespaarde euro mooi meegenomen is.

Financiering via een autolening

Geld lenen om een auto te financieren, zit al enkele jaren in de lift. Ongeveer een derde van de Belgen doet het vandaag al, en jaarlijks stijgt het aantal autoleningen met bijna 8%. Lenen kan zowel via de bank als bij de constructeur zelf. Beginnen we even bij de bank, die meteen een voordeel scoort ten opzichte van andere instellingen. Je kunt bij je bankier namelijk opteren om een deel van je spaargeld in te zetten en een deel te lenen, waardoor de maandelijkse aflossingen milder worden. Nadeel is dan weer dat banken meestal intresten rekenen op het ontleende bedrag, terwijl de automerken in de salonmaanden al eens met een nulrente durven schermen.
Om appelen met appelen te kunnen vergelijken, moet je dus de kleine lettertjes gaan uitpluizen. De ene lening is immers de andere niet, wat een vergelijkende studie niet eenvoudig maakt. Bij de constructeurs is het doorgaans zo dat je het hele bedrag voor de aankoop moet ontlenen, wat meteen grotere aflossingen inhoudt. Weet ook dat een interessante lening bij een merk doorgaans minder korting of een lagere overnameprijs voor je oude wagen betekent, dus begin er pas over als je tevreden bent met de prijs van de wagen zelf. Anders loop je gegarandeerd een stuk korting mis.

Alternatieve autoleningen

Graaf wat dieper in het aanbod van de constructeurs en je komt nog andere vormen van autoleningen tegen, met name het bulletkrediet en de ballonlening. Bij een bulletkrediet (ook wel aflossingsvrij krediet of termijnkrediet genoemd) moet je tijdens de looptijd enkel de rente betalen. Pas na afloop van zo’n lening moet het kapitaalgedeelte vergoed worden, wat dan natuurlijk fors uitvalt. Bij een ballonlening (alias de lening met restwaarde) is de afbetaling verdeeld over kleinere maandelijkse aflossingen in combinatie met één grote, vooraf afgesproken som op de eindvervaldag van de lening. De resterende betaling noemt men ook wel de ‘ballon’. In beide gevallen zit het venijn dus in de staart, terwijl de maandelijkse aflossingen er des te aantrekkelijker uitzien.

Financiering via private lease

Een relatief nieuw financieringsmodel dat gestaag aan belang wint, is de private lease: een formule die overgewaaid komt uit de wereld van de professionals en voor een all-in huurformule staat. Belangrijk daarbij is het woord ‘huur’, aangezien de leasewagen altijd het juridische eigendom van de verhuurder blijft. Het is zelfs bij wet verboden om zo’n wagen na afloop van het contract aan de huurder te verkopen. Dus wat krijg je dan wel bij een private lease? Een zorgeloze auto-ervaring, waarbij alles van A tot Z geregeld wordt. De huur, het onderhoud, de taksen en de bijstand worden verrekend in een maandelijks leasebedrag, dat meestal vier jaar loopt, maar soms ook korter wordt aangeboden.
Na afloop van de leasetermijn gaat de auto terug naar de verhuurder, die hem volgens de Renta-normen controleert. Krassen langer dan een kredietkaart of blutsen groter dan een twee-eurostuk zullen aangerekend worden als schade, net als vlekken op de carrosserie of zetels die niet met een eenvoudige poetsbeurt te reinigen vallen. Je moet zo’n leasewagen dus echt als een goede huisvader behandelen en er vooral niets aan veranderen. Komt daar nog bij dat het aanbod bij private lease meestal beperkt is, waardoor je maar uit enkele modellen met een vaste uitrusting kunt kiezen. Na de afgesproken termijn eindigt de lease of stap je over op een nieuw contract voor een andere wagen.