- Om de hitte zo veel mogelijk te vermijden, parkeer je je auto in de schaduw of in een ondergrondse garage als het kan. In de schaduw blijft de temperatuur in de auto lager.
- Kan de auto niet op een schaduwrijke plek? Leg een zonnescherm. Dat scheelt al gemakkelijk 10 graden in de auto. Het dashboard absorbeert warmte en bij 31°C kan de contacttemperatuur op het dashboard oplopen tot 92°C. Leg daarom steeds een afscherming op de voorruit. Heb je geen zonnescherm, neem dan een handdoek of een deken.
- Verlucht je auto voordat je vertrekt: zet deuren, koffer en ramen open. Vertrek ook met de ramen open. Zo jaag je de hete lucht die is opgeslagen in de auto naar buiten.
- Ben je vertrokken, doe de ramen na een kilometer terug dicht en schakel de airco in. Je airco laten werken kost minder energie dan met open ramen rijden, want de aerodynamica van de auto verslechtert met open ramen.
- Pas op met airco. Zorg ervoor dat de temperatuur van de airco ongeveer 5°C lager is dan die van buiten. Als het verschil nog groter wordt, riskeer je een lichte ‘thermische shock’ te krijgen als je buiten komt. Heb je een lange rit? Bouw de temperatuur van je airco naar het einde toe langzaam aan op, zodat het temperatuurverschil beperkt blijft. Nog een aandachtspunt: een airco verkoelt niet alleen, maar haalt ook vocht uit de lucht. Drink dus zeker voldoende tijdens je rit.








