
In België werden in 2025 ruim 734.000 tweedehandswagens ingeschreven tegenover 414.000 nieuwe wagens. Omwille van voornamelijk budgettaire redenen gaan particuliere consumenten vaak op zoek naar een tweedehandswagen. Na het verdwijnen van de verplichte tweedehandskeuring reikt VAB de hand om de consument transparant te informeren.
Drie veiligheidslinies
In het aankoopproces van een eerlijke tweedehandswagen gaat de consument op zoek naar zekerheden omdat persoonlijke mobiliteit een steeds grotere hap uit het gezinsbudget haalt. Met het verdwijnen van de tweedehandskeuring in Vlaanderen, valt één van de veiligheidslinies weg en moet de Vlaamse tweedehandskoper op zoek naar alternatieven. Enerzijds blijft de klassieke periodieke autokeuring bestaan, als belangrijke eerste informatiebron op vlak van administratie, veiligheid en emissie van de wagen op het moment van de keuring. Een tweede cruciale linie is de Car Pass die de consument een heldere kijk geeft op de kilometerstand, het uitgevoerde onderhoud en mogelijke terugroepacties van de wagen door de jaren heen. Met het verdwijnen van de verplichte tweedehandskeuring vanaf 1 januari 2027 in Vlaanderen, valt een informatiebron voor de consument weg, maar mobiliteitsorganisatie VAB kan daar via een uitgebreide voertuigdiagnose een oplossing bieden voor consumenten die op zoek zijn naar oordeelkundig advies om prijzige en ongeplande herstellingen kort na de aankoop van het voertuig te vermijden.
Klassieke autokeuring legt focus op emissie en veiligheid
De periodieke keuring biedt consumenten soms een vals gevoel van zekerheid. De periodieke keuring heeft vooral oog voor administratie, veiligheid en emissie, maar schetst op technisch vlak geen volledig beeld van de wagen. Heel wat automobilisten gaan ervan uit dat hun wagen perfect in orde is omdat hij ‘net gekeurd werd’, maar de dagelijkse praktijk en de pechgevallen waarmee onze VAB-wegenwachters worden geconfronteerd, tonen een complexere realiteit. De zaken die op de periodieke autokeuring worden beoordeeld (zoals emissie, afstelling van de lichten, enz…) zijn uiteraard in orde maar heel wat andere onderdelen – die vaak aanleiding geven tot pechgevallen en prijzige garagerekeningen – komen op de periodieke keuring niet aan bod. Tabel met vaak voorkomende gebreken:
Gebrek |
Gecontroleerd bij  periodieke keuring? |
Gecontroleerd bij uitgebreide diagnose (zoals VAB diagnosecentrum)? |
Gemiddelde potentiële herstelkost |
Versleten 12 V batterij |
Nee |
Ja |
€ 250 (batterij) |
Werking alternator |
Nee |
Ja |
€ 1.000 |
Versleten koppeling |
Nee |
Ja |
€ 2.000 (koppeling) |
Staat aandrijfriem |
Nee |
Ja |
€ 800 (aandrijfriem) |
Werking Airco |
Nee |
Ja |
€ 1.200 (aircopomp) |
Â
Naarmate budget stijgt, wil consument globaal beeld
Kopers van tweedehandswagens zijn in hoofdzaak jonge mensen, 46% zijn 18 tot 46-jarigen en 60% van deze consumenten heeft ook een laag inkomen. Voor consumenten die een tweedehandswagen kopen in het goedkoopste marktsegment volstaat de periodieke keuring omdat deze consumenten deze ‘budgetwagen’ meestal zien als een tijdelijke mobiliteitsoplossing, vaak in de aanloop naar een meer lange termijn oplossing wanneer ze meer zich hebben op hun mobiliteitsprofiel (werklocatie, woonsituatie) en de evoluerende mobiliteitsfiscaliteit.
Mobiliteitsorganisatie VAB vindt de periodieke keuring als onafhankelijk overheidsinstrument weldegelijk zinvol omwille van de verkeersveiligheid en de zorg voor onze leefomgeving (emissietest).
Mobiliteitsorganisatie VAB stelt dat de meer kapitaalkrachtige consument die meer spendeert aan een tweedehandswagen zelf kan kiezen voor een uitgebreide diagnose te laten uitvoeren voor de aankoop. Op die manier kan de consument rekening houdend met de eigen situatie inschatten welk risico men wenst te dragen. In het VAB-diagnosecentrum wordt ook de SOH (restcapaciteit) van de batterij van elektrische tweedehandswagens gemeten, zodat de koper ook zicht heeft op dit duurste onderdeel van de wagen.
Via een uitgebreide voertuigdiagnose kan men onverwachte onderhoudskosten voorkomen of prijzige herstellingen op zijn minst inplannen. Dat is niet onbelangrijk want meestal wordt voor een (tweedehands)wagen in de prijsklasse boven €15.000 ook een financiering afgesloten waardoor er voor gezinnen weinig financiële buffer overblijft vlak na de aankoop van de wagen en gedurende de looptijd van de financiering.




