Vlaams Verkeerscentrum Mobiliteit

Op bezoek bij het Vlaams Verkeerscentrum

Het Vlaams Verkeerscentrum heeft als taak om de verkeersveiligheid en de reisbetrouwbaarheid op Vlaamse snelwegen te verhogen. Maar hoe doen ze dat?

Ken Divjak / Fotografie: Jeroen Peeters
04/09/2018
Deel met je vrienden:
Facebook Twitter linkedin email

“We kunnen het inderdaad niet ontkennen”, stelt de woordvoerder van het Vlaams Verkeerscentrum: “de filedruk neemt jaar na jaar toe.” Op een vreemde dip in 2012 na (door de economische crisis?) en een kleine terugval aan het eind van 2016 (door de zachte winter?) is de filedruk alleen maar gestegen, wat het nut van de overheidsinstantie alleen maar onderstreept.

Wat is het drukste stuk snelweg in Vlaanderen, en waar ligt het meest verzadigde? De R1, alias de ring van Antwerpen,  is het drukst bezette stuk tussen Borgerhout en Antwerpen-Oost in de richting van Nederland. Daar passeren zomaar even 140.000 voertuigen per werkdag, waarvan één derde vrachtwagens zijn. Maar omdat de ring op dat punt vijf rijstroken telt, is dat niet het meest verzadigde stuk snelweg van Vlaanderen. Daarvoor moeten we naar Brussel, specifieker naar de R0 in de omgeving van het UZ Jette, waar in de twee richtingen per werkdag gemiddeld tien uur file staat.

En toch doet het Vlaams Verkeerscentrum zoveel meer dan voor files waarschuwen, wat eigenlijk maar een klein deel van zijn taken is. “Enerzijds produceren we jaarlijks statistische rapporten die door de kabinetten gebruikt worden om wijzigingen door te voeren of werken te plannen, anderzijds zorgen we de klok rond voor verkeersinformatie en -geleiding om de verkeersstroom zo vlot mogelijk te laten verlopen.”

 

Het Vlaams Verkeerscentrum verzamelt verkeersinfo op 3 manieren:

1. De eerste seinpost wordt gevormd door dubbele detectielussen (ook wel meet- of tellussen genoemd) die op alle snelwegen in het wegdek zitten. Momenteel zijn dat er 5500, verspreid over heel Vlaanderen, die telkens drie functies vervullen: ze tellen het aantal voertuigen dat erover rijdt, registeren het type voortuig en monitoren de snelheid ervan. Zodra één van die parameters kwakkelt, gaat er een lampje branden in het verkeerscentrum, om de operatoren voor mogelijke problemen te waarschuwen.

2. Bovenop die basislaag liggen extra lussen aan signalisatiebruggen, die de verkeersstroom onmiddellijk en autonoom kunnen sturen. Merkt de lus aan brug A op dat er plots vertraagd wordt, dan zal brug B een eindje terug meteen een lagere snelheidsbeperking afficheren. Vindt er effectief een aanrijding plaats, dan neemt een operator de situatie over om middels de waarschuwingsborden bepaalde rijstroken af te sluiten om het verkeer te geleiden.

3. De derde en misschien wel belangrijkste tool in de opsporing van files of andere verkeersproblemen zijn de verkeerscamera’s. Dat zijn er in Vlaanderen ondertussen 1200, waarvan de helft van het intelligente type is. Zodra er rare dingen op een bepaald traject gebeuren, wordt dat automatisch gesignaleerd in de controlekamer. De overige 600 camera’s zijn van het mobiele type, waardoor de hoek en de mate van zoom met een joystick bepaald kan worden.

Deel met je vrienden:

@ Schrijf je in voor onze nieuwsbrief