De herfst brengt niet alleen regen en vallende bladeren met zich mee. Ook de laaghangende zon en de vroeg invallende duisternis maken het verkeer uitdagender. Net tijdens de ochtend- en avondspits, wanneer veel mensen onderweg zijn, kunnen verblinding en verminderde zichtbaarheid voor gevaarlijke situaties zorgen. Met deze tips zie je beter én word je beter gezien.
Waarom is een laaghangende zon gevaarlijk in het verkeer?
Een laagstaande zon kan bestuurders tijdelijk verblinden. Daardoor worden verkeerslichten, zebrapaden, fietsers of stilstaande voertuigen soms pas op het laatste moment opgemerkt. Ook een nat wegdek kan het effect versterken doordat het zonlicht weerkaatst.
Vooral tijdens de ochtendspits in het oosten en de avondspits in het westen is extra waakzaamheid nodig.
1. Maak je voorruit ook aan de binnenkant schoon
Veel bestuurders wassen regelmatig de buitenkant van hun autoruiten, maar vergeten de binnenzijde. Nochtans ontstaat daar geleidelijk een dunne laag van stof, vetdeeltjes en vervuiling.
Overdag merk je daar weinig van, maar wanneer de zon laag staat of tegenliggers hun lichten aanhebben, ontstaat een hinderlijke waas die je zicht aanzienlijk vermindert.
Maak daarom niet alleen de buitenkant, maar ook de binnenkant van je voorruit regelmatig schoon met een propere microvezeldoek.
Helpt een propere voorruit echt tegen verblinding?
Ja. Een vervuilde voorruit zorgt ervoor dat licht sterker verstrooid wordt. Daardoor lijkt de zon of de verlichting van tegenliggers veel feller dan ze werkelijk is.
2. Zorg altijd voor een zonnebril in de wagen
Veel mensen associëren een zonnebril met de zomer, terwijl ze net in de herfst vaak nuttiger is. De zon staat lager, waardoor ze vaker recht in het gezichtsveld schijnt. Een zonnebril met gepolariseerde glazen vermindert hinderlijke reflecties en helpt om contrasten beter te onderscheiden. Leg daarom een zonnebril permanent in de auto. Zo heb je ze altijd bij de hand wanneer de omstandigheden plots veranderen.
3. Controleer je autoverlichting vóór de donkere maanden
Nu het sneller donker wordt, neemt het belang van goed werkende verlichting toe.
Controleer regelmatig je dimlichten, achterlichten, remlichten, richtingaanwijzers en nummerplaatverlichting. Lijkt misschien overbodig, maar in het diagnosecentrum van VAB, waar je een grondige check van je auto kan laten doen, merken ze vaak dat een licht niet werkt zonder dat de bestuurder het doorheeft. Vraag eventueel iemand om mee te kijken of parkeer dicht bij een muur zodat je de lichtbundels kunt controleren.
Hoe weet je of je autolichten nog voldoende licht geven?
Werkende verlichting betekent niet automatisch dat je voldoende ziet. Na verloop van tijd kunnen lampen minder lichtopbrengst leveren en kunnen koplampglazen dof worden. Merk je dat je zicht in het donker achteruitgaat, dan kan een controle bij de garagist of bij het diagnosecentrum van VAB nuttig zijn.
4. Zet je dimlichten vroeger aan dan je denkt
Veel auto’s beschikken over automatische verlichting, maar die reageert niet altijd snel genoeg tijdens schemering of bij laaghangende zon. Wacht daarom niet tot het echt donker is. Zodra je merkt dat het zicht afneemt, schakel je beter handmatig je dimlichten in. Zo ben je niet alleen beter zichtbaar voor andere bestuurders, maar ook voor fietsers en voetgangers.
Wanneer moet je je dimlichten aanzetten?
Een eenvoudige vuistregel: zodra je merkt dat de zichtbaarheid vermindert door schemering, regen, mist of een laagstaande zon, zet je best je dimlichten aan.
5. Let extra op fietsers en voetgangers
Door donkere kleding, schaduwzones en tegenlicht maken kan je fietsers en voetgangers moeilijker zien. Vooral op oversteekplaatsen en aan kruispunten is extra aandacht nodig. Verlaag je snelheid wanneer je een zebrapad of schoolomgeving nadert, ook als je voorrang hebt.
6. Vergroot je volgafstand
Wanneer het zicht vermindert, heb je meer tijd nodig om gevaren te herkennen en erop te reageren. Een ruimere volgafstand geeft je die extra reactietijd. Bovendien biedt ze meer marge wanneer de bestuurder voor je plots moet remmen. Dat geldt zeker wanneer de zon recht in je ogen schijnt of wanneer het wegdek nat is.
7. Verwijder bladeren rond de luchtinlaat
Onder de motorkap, aan de basis van de voorruit, bevinden zich luchtinlaten die verse lucht naar het ventilatiesysteem voeren. In de herfst kunnen bladeren zich daar ophopen. Daardoor beslaan de ruiten sneller, wat opnieuw leidt tot minder zicht. Controleer deze zone daarom regelmatig en verwijder bladeren voordat ze problemen veroorzaken.
Goed zicht is je beste veiligheidssysteem
Moderne auto’s beschikken over heel wat rijhulpsystemen, maar uiteindelijk blijft goed zicht de belangrijkste veiligheidsfactor. Een propere voorruit, correcte verlichting, aangepaste snelheid en extra aandacht voor kwetsbare weggebruikers maken een groot verschil tijdens de donkere maanden.
Lees ook
Nachtblindheid: wat is het en wat kun je eraan doen?
Waarom brandt de wegverlichting niet altijd?








