Fossiel, hybride, full electric of misschien wel waterstof? Welke motorisatie moet ik kiezen: het is dé hamvraag van iedereen die een nieuwe auto wil kopen. VAB liet 31 lezers op zoek gaan naar hun eigen antwoord op deze complexe vraag. Invoerder Astara reed maar liefst 8 verschillende aandrijvingen voor.
Omdat steeds meer consumenten door het bos de bomen niet meer zien, organiseerde VAB samen met Astara – invoerder van verschillende automerken waaronder Hyundai, Suzuki, MG en KGM – een belevingsdag waarbij 31 lezers zelf op zoek gingen naar het antwoord op de million-dollar question “Welke auto moet ik kopen?”. Of beter: welke aandrijving past bij mij. Opvallend is dat de particuliere koper nog niet klaar is om volledig elektrisch te gaan. Hybride aandrijvingen worden weliswaar meer en meer omarmd, de klassieke benzine blijft de meest populaire aandrijfvorm.
Een overzicht van de verschillende (deels) elektrische aandrijfmodi:
- Mild hybride (MHD): Benzinemotor + kleine elektromotor, zeer kleine batterij. Elektromotor enkel ondersteunend.
Deelnemende wagens: Hyundai i30, Suzuki Swift - Serieel hybride (HEV): Benzinemotor + krachtige elektromotor, batterij van zo’n 1,5 kWh. Auto kan elektrisch vertrekken en rijden bij lage snelheid.
Deelnemende wagens: MG ZS, MG 3 - Plug-in hybride (PHEV): Benzinemotor + volwaardige elektromotor, batterij van zo’n 20 kWh. Auto kan ‘normaal’ elektrisch rijden.
Deelnemende wagens: Hyundai Tucson, MG HS - Elektrisch (BEV): Volwaardige elektromotor, batterijcapaciteit tot 100kWh. Auto kan enkel elektrisch rijden.
Deelnemende wagens: Hyundai Inster, MG 5 - Waterstof (FCEV): Volwaardige elektromotor, brandstofcel zet waterstof om in elektriciteit. Auto is volledig elektrisch aangedreven.
Deelnemende wagen: Hyundai Nexo
Eén op de drie automobilisten kent verbruik eigen voertuig niet
Automobilisten aarzelen vaak om van wagen te wisselen omdat ze in dubio zijn over de aandrijfvorm. Om hen te helpen in hun beslissingsproces stond VAB en Astara hen bij met raad en daad – én een schare voertuigen. Vooraf kregen de testrijders een vragenlijst als instrument om hun eigen mobiliteitsprofiel vorm te geven. De conclusies:
- 44% van de bestuurders kent eigen mobiliteitsprofiel niet
- Een derde van de automobilisten weet niet hoeveel hun voertuig verbruikt
- 65% van de bestuurders stelt voorkeur aandrijfmethode bij na infosessie
Welke aandrijfvorm verkiezen onze testrijders?
Voor 93% van onze testrijders is de auto het voornaamste vervoermiddel. We vroegen hen na afloop van de testdag naar welke aandrijfvorm hun voorkeur ging, op basis van hun mobiliteitsprofiel.
Benzine / Mild hybride: 29%
Serieel hybride: 22%
Plug-in hybride: 29%
Elektrisch: 17%
Waterstof: 3%
- Opvallend: meer dan de helft (51%) kiest voor een wagen die enkel fossiele brandstof kan tanken (MHD + HEV) en 80% kiest voor een voertuig waarmee je indien nodig fossiel kan rijden (MHD, HEV en PHEV).
- Testrijders loven (gedeeltelijke) elektrificatie omwille van de aangename rijervaring.
- Aandeel zuiver elektrisch blijft onder 20%, maar tendens stijgt.
17% kiest voor een elektrische aandrijving, een cijfer dat hoger ligt dan de inschrijvingscijfers op de particuliere markt (13,9% volgens Febiac in april 2025). Dit geeft enerzijds aan dat niet elke particulier vandaag in het profiel van een volledig elektrische auto past, maar dat de trend wel stijgt naarmate hij beter geïnformeerd is. De particulier is overigens niet tegen elektrificatie, want hij omarmt de hybride tussenoplossingen. Consumenten laten zich in hun keuze duidelijk leiden door praktische en economische overwegingen.
Wat houdt de consument tegen om een EV te kopen?
We vroegen aan de testrijders die aangaven (nog) niet klaar te zijn voor een 100% elektrische wagen, wat de voornaamste struikelblokken zijn:
Aankoopprijs: 85%
Rijbereik: 77%
Stroomkost: 62%
Laadsnelheid: 54%
Publieke laadinfrastructuur: 46%
Restwaarde: 23%
Oplaadmogelijkheden thuis/parking: 15%
De drie voornaamste oorzaken hebben allemaal met budget te maken. Er is uiteraard de hoge aankoopprijs, gevolgd door het rijbereik en de energiekost. Aankoopprijs en stroomkost spreken voor zich, maar rijbereik is aan de basis ook een economische horde. Er zijn vandaag immers heel wat elektrische auto’s op de markt die wél pakweg 400 km kunnen rijden, maar deze ‘long range’-modellen zijn duurder omwille van de extra batterijcapaciteit.
Laadsnelheid en laadinfrastructuur kunnen we zien als praktische bezwaren. Naarmate het aandeel EV’s stijgt, zullen er navenant laadpunten moeten bijkomen. Blijvend pijnpunt is ook het gebrek aan transparantie qua stroomkost, zowel bij de publieke laadpalen als in de complexiteit van de energierekening thuis.
Wat is er nodig om elektrisch rijden te omarmen?
- Goedkopere EV’s
Het grootste struikelblok zijn de centen, zoveel is duidelijk. Vandaag zien we bij heel wat constructeurs inspanningen om goedkopere modellen op de markt te brengen, maar die modellen (vb Hyundai Inster voor minder dan € 25.000) zijn vaak te klein om als enige gezinswagen te worden ingezet. Een alternatief is de tweedehandsmarkt, waar vandaag een mooi aanbod ontstaat van jonge elektrische wagens die er een carrière als salariswagen hebben opzitten.
Interessant detail is dat meer dan één op de drie deelnemers aan onze test aangaf open te staan voor een huurformule, waarbij de consument niet langer eigenaar is van zijn of haar wagen, maar maandelijks een vast bedrag betaalt voor het gebruik (en de onderhoudskosten) ervan. Kortom, er komen steeds meer oplossingen om de hogere financiële drempel van elektrisch rijden te overwinnen.
- Betaalbaar elektriciteitstarief en transparantere energiekost
Even belangrijk zijn de gebruikskosten van een auto en de energiekost is een element dat op termijn even zwaar doorweegt als de aankoopprijs. België is een van de duurste landen in Europa wat betreft stroomprijs en dat zet een rem op de uitrol van elektromobiliteit. Die stroomprijs is bovendien weinig transparant. Laadpalen hebben zelden een display met de prijs per kWh, wat bij fossiele brandstoffen wel het geval is. Ook de (digitale) energiemeter thuis kan die info niet verschaffen en de energieafrekening geeft door het capaciteitstarief pas na verloop van tijd (meestal een jaar) een correct beeld. Een vaste maximumprijs voor elektriciteit om een auto op te laden naar analogie met maximumprijzen voor fossiele brandstoffen zou hier een oplossing kunnen bieden.
- Strategie op lange termijn
Tot slot heeft de consument nood aan stabiliteit op lange termijn. Particulieren rijden hun auto vaak op en houden niet van spelregels die onderweg worden bijgesteld. De grote fluctuaties in aankoopprijs (premies komen en gaan) zijn slechts een deel van het probleem. Er zit ook een rijbelasting op elektrische wagens aan te komen. Die werd voorlopig uitgesteld omdat er geen duidelijkheid is over welke elementen bepalend zullen zijn voor de heffing. Het gebrek aan duidelijke termijnvisie maakt dat consumenten vandaag (nog) geen oordeelkundige keuze kunnen maken op basis van objectieve factoren.








