© Shutterstock

Het moet af en toe, maar niemand kijkt ernaar uit. Dan hebben we het niet over een bezoekje aan de tandarts, wél over op onderhoud gaan met de auto. Vandaag leggen we het vergrootglas op iets waar velen kop noch staart aan krijgen: de garagefactuur.

Minder vaak naar de garage

Een servicebeurt kost vandaag meer dan vroeger, maar we moeten wel minder vaak naar de garage. We worden door onze hedendaagse vierwielers verwend met intervallen van 20.000 tot 30.000 km. Dat was twee decennia geleden fundamenteel anders, toen we na pakweg 5000 km een onderhoud moesten inplannen. Omdat de meeste particuliere bestuurders jaarlijks minder kilometers rijden, roept de boordcomputer de gebruikers wel om de 12 of 24 maanden naar de garage. In dat licht is het zinvol om met je garage te overleggen en mogelijk een individueel onderhoudstraject te volgen. Op die manier zal je geen onderdelen vervangen voor ze (volledig) zijn opgebruikt en bespaar je. Ga in gesprek met je garagist, want wanneer je jaarlijks minder dan 10.000 km rijdt, kunnen sommige onderdelen langer mee.

Opgelet, grote uitzondering op deze logica is de aandrijfriem. Hier is geen uitstel mogelijk, want niet enkel kilometers maar ook leeftijd zorgt voor slijtage.

Samengevat:

  • Spreek met je garagist over een aangepast servicetraject als je weinig kilometers rijdt.
  • Stel een wissel van een aandrijfriem nooit uit. Mocht die breken, is de motor meestal onherroepelijk verloren.

Onderhoud: wat wel en wat niet?

Als we garagefacturen ontleden, valt op dat ze vrij complex zijn opgesteld en dat het toch enige oefening vergt om er wijs uit te raken. Er is steeds een opsplitsing tussen de werkuren en de onderdelen die nodig zijn om het onderhoud uit te voeren.

Hoeveel een werkuur aangerekend wordt, hoort in principe geafficheerd te zijn. Werkuren worden vaak genoteerd in eenheden van een aantal minuten. Zo lees je bijvoorbeeld dat het vervangen van een ruitenwisser 0,1 uur in beslag neemt. Het lijkt wat banaal, maar de wetenschap dat een werkuur gemiddeld tussen € 75 en 140 kost, verklaart veel. Het wordt complexer wanneer men voor bepaalde handelingen (bijvoorbeeld ‘uitvoeren service A’) een forfait hanteert, terwijl de werktijd voor andere ingrepen (zoals de demontage van een wiel bij het vervangen van de remblokjes) apart in rekening wordt gebracht.

Het loont de moeite om alles even te overlopen. Maak goede afspraken over wat er moet gebeuren aan je wagen en vraag een schriftelijke raming van de kosten op de werkbon die je zal moeten ondertekenen. Wees op je hoede voor extraatjes – waar men vaak voor belt – zoals een extra winternazicht, vervangen van ruitenwissers of banden, bijvullen ruitensproeiervloeistof,… Dergelijke eenvoudige klusjes kan je ook zelf aanpakken. Ze staan netjes uitgelegd in de handleiding van je wagen. Weet ook dat je voor een bandenwissel meestal goedkoper af bent in een onafhankelijke bandencentrale. Tip: Wist je dat je hiervoor ook bij VAB in Lier terecht kan?

Samengevat:

  • Tarief werkuur hoort uit te hangen in de garage.
  • Maak vooraf duidelijke afspraken over wat er moet gebeuren en zet dit op de werkbon.
  • Vraag uitleg aan de baliemedewerker wanneer iets onduidelijk is.
  • Kleine klusjes kan je ook zelf.
  • Bandenwissel is meestal goedkoper in een bandencentrale.

 

Extra’s op je factuur

Helemaal onderaan de factuur vinden we vaak extra kosten die worden aangerekend. Dit gaat bijvoorbeeld om een milieubijdrage, klein materiaal, energietoeslag, gebruik diagnosetoestel, gebruik remtestbank, deelname ecologische afvalverwerking,… De beschrijving van deze extra’s zijn even vaag als creatief. Men kan zich bovendien afvragen of deze bijkomende kosten geoorloofd zijn, want vaak lijkt het erop dat de klant twee keer betaalt voor hetzelfde.

Op één van de garagerekeningen die we onder de loep namen, zagen we dat er voor ‘klein materiaal’ € 25 werd aangerekend, maar enkele regels hoger vonden we rempasta (à € 1,30), een klem (à € 2,50) en een koperen afdichtring voor de oliedop (à € 1,20), die je eveneens als ‘klein materiaal’ zou kunnen catalogeren. Ook de post ‘gebruik diagnosetoestel’, die afzonderlijk in rekening wordt gebracht, komt krenterig over. Immers, bij een onderhoud hoort het resetten van het service-interval en daar heb je zo’n toestel voor nodig. Je zou redelijkerwijs kunnen aannemen dat het gebruik van nodige gereedschappen in de eerder aangerekende ‘uitvoeren Service A’ is begrepen. Ook de post ‘controle op remmentestbank uitvoeren’ (€ 20) in combinatie met ‘gebruik remmentestbank’ (€ 15) wekt argwaan op…

Samengevat:

  • Controleer of bepaalde zaken niet dubbel vermeld staan op de factuur.
  • Vraag vooraf welke extra’s aangerekend zullen worden.

Let op de kleine lettertjes

Op de achterkant van de werkbon die je tekent, staat een lijstje waarin we vaak enkele opmerkelijke ‘spelregels’ vinden. Je geeft je auto in bewaring bij de garage; dat wil ook zeggen dat de garagist vanaf dat ogenblik verantwoordelijk is voor jouw voertuig. Hij moet zich bijvoorbeeld verzekeren wanneer zijn garage (met inbegrip van jouw wagen) zou afbranden of wanneer de monteur de wagen van de hefbrug zou laten vallen. Toch lees je een alinea verder dat jíj, als eigenaar, verantwoordelijk bent voor schade bij een proefrit door de monteur. Ook wanneer de wagen zou gestolen worden in de garage, draai jij als consument op voor de kosten. Met dat in het achterhoofd zou je bijvoorbeeld kunnen vragen om geen testrit te maken.

Een ander interessant punt dat we regelmatig tegenkomen, is het zogeheten retentierecht, waarbij de garagehouder de wagen mag ‘bijhouden’ zolang de factuur niet is betaald. Op zich is dit begrijpelijk – behalve wanneer er discussie ontstaat over een herstelling die mogelijk niet correct werd uitgevoerd. Wil je je auto terug, moet je dus – zij het onder voorbehoud – betalen en kan je de garage achteraf enkel aangetekend in gebreke stellen. Lees dus vooraf wat je tekent, om onaangename verrassingen te voorkomen.

Samengevat:

  • Via het ‘retentierecht’ kan de garage je auto in bewaring houden tot je betaalt.
  • Jij bent verantwoordelijk voor schade tijdens een proefrit van de garagist.

 

Kan onderhoud goedkoper?

Onderhoud uitstellen – wat jammer genoeg steeds vaker gebeurt – is een foute besparing. Het decimeert niet alleen de levensverwachting van je wagen, het vergroot eveneens de kans dat je op een koude ochtend een beroep zal moeten doen op een VAB-wegenwachter. Wil je toch besparen op de onderhoudskosten, ga dan selectief shoppen.

Ga op zoek naar promoties met een forfaitaire prijs voor een onderhoudsbeurt. Die zie je niet alleen bij de kwikfitters genre Auto 5, Midas of Bosch Car Service, maar ook steeds vaker bij merkgarages die klanten met oudere wagens opnieuw naar hun dealernet willen trekken. Tip: Is je voertuig meer dan vier jaar oud, weet dan dat heel wat merken een tweede lijn aan originele merkonderdelen hebben voor een beduidend lagere prijs.

Kleinere, onafhankelijke multimerkgarages zijn vaak goedkoper en bieden een degelijke service. Vraag echter altijd dat ze de richtlijnen van de constructeur volgen – zoals de voorgeschreven motorolie – en dat ook op de factuur zetten. Zo kunnen er achteraf geen discussies ontstaan over een potentieel garantiegeval. Om dergelijke problemen te voorkomen, is het raadzaam (maar niet verplicht) om gedurende de garantieperiode de merkdealer het onderhoud te laten uitvoeren.

Een probleem waar multimerkgarages soms tegenaan lopen, is het gebrek aan merkspecifieke software die voor sommige merken nodig is om nieuwe onderdelen (bijvoorbeeld een intelligente koplamp of een bepaalde sensor) digitaal ‘aan te melden’ in de auto.

Bij oudere voertuigen loont het de moeite om de garage te vragen om gebruikte onderdelen te monteren. Voor koetswerkherstellingen (denk: koplamp) gebeurt dat al jaren en het systeem wint aan populariteit wegens goedkoper en vooral ecologischer.

Samengevat:

  • Onderhoud uitstellen is allesbehalve een weloverwogen besparing!
  • Routineonderhoud is vaak goedkoper bij een kleine, onafhankelijke multimerkgarage.
  • Digitaal aanleren van nieuwe onderdelen of modules lukt vaak enkel bij de officiële dealer.
  • Vraag om gerecycleerde of gereviseerde onderdelen te gebruiken.

TIP Rij jij met een Audi, Skoda, Seat, Cupra of Volkswagen lichte vracht? Dan kan VAB voor jou met je voertuig op onderhoud gaan! Voor deze merken voeren wij namelijk mystery shopping uit. Wie ons met zijn wagen op onderhoud laat gaan, krijgt 250 euro terugbetaald op de som van de onderhoudsfactuur. Makkelijk én goedkoop. Je leest er hier meer over.

Vorig artikelFietsen met een bril: zo houd je hem droog
Volgend artikelKies de mooiste gezinswagen en win!