Gezaghebbers op de weg

1. De agent heeft zijn linkerarm uitgestrekt.

Correct! Wrong!

2. Het licht staat op rood voor de gele wagen. De agent heeft beide armen uitgestrekt.

Correct! Wrong!

3. Ik rijd 70 km/u buiten de bebouwde kom. Een politiewagen met blauwe zwaailichten en sirene rijdt achter mij.

Correct! Wrong!