strooien Mobiliteit

Hoe gaan de strooidiensten precies te werk?

Als het gaat vriezen of sneeuwen, dan rukken de strooidiensten uit. Maar hoe gaat dat strooien precies in z’n werk? Veva Daniels van Het Agentschap Wegen en Verkeer legt het uit.

Stijn Smets / Fotografie: Bea Borgers
04/01/2017
Deel met je vrienden:
Facebook Twitter linkedin email

Waarom wordt er zout gebruikt?

Zout mengt zich met het water dat aanwezig is in ijs of sneeuw en vormt zo pekel. Pekel heeft een lager vriespunt dan water, waardoor de wegen minder glad worden. Het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) strooit met nat strooizout, want droog zout kan wegwaaien. De strooiwagens van AWV zijn uitgerust met gps-technieken die ervoor zorgen dat de strooimachine zich aanpast aan de breedte van de weg. Zo gaat er geen zout verloren. Voor een goede verspreiding is het belangrijk dat er beweging is, bijvoorbeeld wagens die over het zout rijden. Daarom is strooien op een fietspad veel moeilijker. In sommige – vaak noordelijke – landen wordt met zand gestrooid. Dat lost de sneeuw of het ijs niet op, maar geeft enkel een betere grip. In ons land kan het rioleringsstelsel verstopt raken als het zand tijdens het dooien mee zou wegspoelen. Daarom wordt in België niet met zand gewerkt.

Hoe wordt bepaald of er gestrooid wordt?

Vlaanderen is opgedeeld in verschillende delen en sectoren, met aan het hoofd telkens een coördinator. Die krijgt informatie over de weersvoorspellingen van Meteowing. Wanneer er in een bepaalde sector vriestemperaturen worden verwacht, dan rijden de strooidiensten uit. Er zijn geen fulltime strooidiensten, omdat ons land daarvoor te weinig vriesdagen heeft. De mensen die in een strooidienst werken, doen op andere momenten andere taken. Zij werken in een ploegensysteem waarbij ze telkens een week van wacht zijn. Als ze ’s avonds of ’s nachts moeten uitrukken om te strooien, dan krijgen ze meteen daarna hun verdiende rust. De taken die ze normaal gezien hadden moeten doen, schuiven dan op naar een later moment.

Hoe lang duurt het om overal te strooien?

Er is maximaal vier uur nodig om alle Vlaamse snel- en gewestwegen te strooien. Vlaanderen is opgedeeld in 322 strooitrajecten die allemaal op mekaar aansluiten. Ook de lokale overheden hebben een strooiplan. Gemeentearbeiders zorgen er dan voor dat ook die wegen een strooibeurt krijgen.

Hoeveel strooizout is er nodig per winter?

Er is een voorraad van 108.000 ton strooizout. De afgelopen twintig jaar was er gemiddeld 42.000 ton per winter nodig. Als de voorraad niet helemaal opgebruikt is, dan kan hij blijven liggen tot de volgende winter. Het zout is immers voorzien van een antiklontermiddel.

Waarom wordt er extra gewaarschuwd voor gladheid op bruggen en op- en afritten?

Bruggen hebben geen vaste ondergrond. Het oppervlak kan nog kouder zijn, omdat er koude lucht onderdoor komt. Op- en afritten hebben vaak een bepaalde hellingsgraad en een groter wegoppervlakte, waardoor een auto gemakkelijker kan slippen als de ondergrond bevroren is.

@ Schrijf je in voor onze nieuwsbrief